A21 - Klimaat en Landbouw in Noord-Nederland
![]() |
Landbouw is heel belangrijk voor de Noord-Nederlandse economie en is daar ook een belangrijke maatschappelijke factor. De verandering van het klimaat kan grote gevolgen hebben voor de landbouw. De omstandigheden waaronder we nu gewassen telen, zullen veranderen, doordat het bijvoorbeeld warmer, natter, of juist droger wordt. Hierdoor ontstaan nieuwe ziekten en plagen, en ontstaat wellicht ook de behoefte aan nieuwe gewassen. Om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, kan behoefte ontstaan aan teelten voor energie. |
Klimaatverandering houdt ook in dat er nieuwe risico’s zijn voor de bedrijfsvoering (oogstzekerheid) en bedrijfszekerheid (energievoorziening). De noordelijke overheden zijn zich bewust van het grote belang van de landbouw voor de lokale economie en willen daarom weten welke investeringen nodig zijn, bijvoorbeeld in de waterhuishouding, om de positie van de landbouw voor langere termijn veilig te stellen – óók als het klimaat verandert. In dit project is daarom gekeken naar de mogelijke gevolgen van de klimaatverandering en hoe de agrarische sector daarmee om kan gaan.
Voor diverse gewassen is een studie gemaakt naar de mogelijke veranderingen, maar ook juist naar de kansen, die klimaatverandering de agrarische sector in Noord-Nederland biedt.
De onderzoekers hebben voor vijftien verschillende land- en tuinbouwgewassen onderzocht welke effecten klimaatverandering heeft in 2040 en 2100. Voor deze gewassen is gekeken of de kwaliteit van de gewassen bij klimaatverandering zou afnemen. Ook is de invloed van klimaatverandering op landbouwhuisdieren, melkkoeien en scharrelvarkens, onderzocht en hoe eventuele schadelijke problemen als gevolg van klimaatverandering opgelost kunnen worden.
Het blijkt dat pootaardappelen bij toenemende hittegolven minder hard groeien. Er vindt groeistagnatie plaats, waardoor de oogst voor de agrariër minder opbrengt – opbrengstderving. Boeren kunnen hierop inspelen door de aardappelruggen te verbreden of deze te verkoelen, bijvoorbeeld via druppelirrigatie. De lelie daarentegen dreigt te verdrinken. Om verdrinking van bollen te voorkomen raden onderzoekers aan om de afwatering te verbeteren en water in de percelen te bergen door intensieve drainage.
Ook dieren kunnen last krijgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld koeien in melkveestallen door hittestress. Verbeteren van stalventilatie en het aanleggen van groene daken helpen om de hittestress te verminderen.
In de laatste fase van dit project zijn aanpassingsstrategieën voor Noord-Nederland landbouwkundig en ruimtelijk uitgewerkt. Deze plannen worden samengevoegd tot actieplannen voor verschillende deelgebieden.
contact | publicaties | eindrapport fase 2 | Ruimte voor Klimaat casestudie

