COM33 - Hotspot Oude Vaart en Reest
|
Binnen Klimaat voor Ruimte is een aantal hotspots opgezet: plekken met een bijzondere klimaatopgave waar wetenschappers en praktijk samen een oplossing voor proberen te vinden. De hotspots fungeren als levende laboratoria waar (wetenschappelijke) kennis direct in de praktijk is gebracht. |
Het project richtte zich op het stroomgebied van de Oude Vaart en het stroomgebied van de Reest, grotendeels in de provincie Drenthe gelegen. De nadruk lag in de Oude Vaart op de landbouw. In de Reest was naast landbouw ook aandacht voor natuur en is geprobeerd deze integraal te benaderen.
Er is intensief samengewerkt door wetenschappers, beleidsmedewerkers en vertegenwoordigers van belangen uit de streek. Drie Klimaatateliers (zie COM37) vormden de spil van het project. In het eerste Klimaatatelier is gewerkt aan een verkenning van gevolgen van klimaatverandering op waterhuishouding, landbouw en natuur. Voor de Oude Vaart wordt verwacht dat vooral wateroverlast
voor landbouw een probleem is, voor de Reest wordt verwacht dat daarnaast watertekort voor natuur en landbouw een grotere rol zal spelen. Deze drie klimaatateliers zijn ondersteund met een workshop over innovatieve ontwikkelingen in de praktijk zoals rietteelt, beekdalbeheer door de landbouw, sensortechnieken en waterbeheer op bedrijfsniveau. De landbouwers in de ateliers
hebben een excursie georganiseerd om gebieds- en bedrijfskennis over te dragen aan de wetenschappers en overheden.
In het project is gewerkt aan ontwikkelen van inzicht in effectiviteit van adaptatiemaatregelen
en concretisering van kansrijke adaptatiestrategieën. De tijdshorizon was 2050, onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen is hanteerbaar gemaakt door te werken met twee scenario’s voor mogelijke toekomstige situaties. Het bleek mogelijk te zijn om generieke wetenschappelijke kennis
te delen met betrokkenen uit de gebieden en te vertalen naar de praktijk. De betrokkenen waren in staat om gezamenlijk tot concrete adaptatiestrategieën te komen waarvan zij denken dat ze effectief zijn om gevolgen van klimaatverandering op te vangen.
