Aandacht voor Veiligheid - KvR A09
De studie Aandacht voor Veiligheid, een KvR A09 project - Financiële arrangementen voor rampschade bij klimaatverandering - is een studie over de veiligheid van Nederland ten aanzien van overstromingen, klimaatverandering en de inrichting van Nederland op de lange termijn (2040, 2100 en de verre toekomst). Het gaat hierbij om zowel overstromingen vanuit de zee en grote meren, overstromingen ten gevolge van piekafvoeren op de rivieren en lokale en regionale wateroverlast in steden en polders als gevolg van extreme neerslag.
Ook al is Nederland een van best beveiligde landen van de wereld, klimaatverandering zorgt ervoor dat ons watersysteem blijvend aandacht- en nieuwe investeringen nodig heeft. De signalen hiervoor zijn nu al duidelijk. De economische en verzekerde schade als gevolg van natuurrampen is sterk toegenomen gedurende de laatste decennia. Na een correctie voor inflatie en welvaartsstijging blijkt dat de gemiddelde globale schade in de 50-er jaren ongeveer 55 miljard US$ was (omgerekend naar 2009 waarden). Ook in Nederland hebben we een geschiedenis van overstromingsrampen. De stormvloedramp in 1953, bijvoorbeeld, heeft een enorme impact gehad en omgerekend naar het huidige prijspeil was de schade destijds ongeveer 30-40 Miljard Euro. In de meer recente geschiedenis zijn er de overstromingen in 1993 en 1995 langs de Rijn en Maas. Verder is er regelmatig schade als gevolg van extreme neerslag. Verzekeraars betaalden in 1999 gemiddeld 125 miljoen Euro waterschade per jaar (40% van alle door brandverzekeraars betaalde schade). Hiervan is 40 Miljoen Euro neerslagschade. In 1998 was de totale waterschade als gevolg van extreme neerslag ongeveer 400 miljoen Euro.
Projecties voor de kustzone laten zien dat de zeespiegel tussen 1990 en 2100 met 35 tot 85 cm kan stijgen en dat piekafvoeren van rivieren met name in de winter toenemen, net als extremen in lokale neerslag. Verkenningen van de zeespiegelstijging in de 22e eeuw geven aan dat het tempo in die periode nog kan versnellen tot een bovengrens van ongeveer 1,5 m per eeuw. De ontwikkeling van waterveiligheid op de lange termijn is echter zeer complex en is afhankelijk van een groot aantal trends (bestuur, landgebruik, klimaat, sociaal economische ontwikkelingen) die zijn omgeven met een grote onzekerheid.
Duidelijk is dat mogelijke oplossingsrichtingen voor waterveiligheid nauw zijn verweven met de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dat geldt voor de nu voorgenomen maatregelen zoals dijkverzwaring en rivierverruiming maar ook voor eventuele nieuwe maatregelen in de ruimtelijke ordening die betrekking hebben op locatiekeuze, inrichting en bouwwijze. De ruimte voor oplossingsrichtingen is schaars en die schaarste zal de komende decennia alleen nog maar toenemen.
Ondanks deze complexiteit en onzekerheden worden er op dit moment grote investeringen gedaan in infrastructuur en ruimtelijke ordening die direct van invloed zijn op de potentiële schade als gevolg van een overstroming en het schaderisico (kans maal gevolg). Zo blijkt dat de invloed van zeespiegelstijging op het schaderisico ongeveer even groot is als de invloed van ruimtelijke ontwikkelingen in landgebruik bij een zeespiegelstijging van maximaal 60 cm per eeuw. Beide trends zorgen voor een stijging van het schaderisico met een factor 7 à 8 ten opzichte van de huidige situatie. Bij een grotere zeespiegelstijging neemt het schaderisico zeer snel toe. Bij een stijging van de zeespiegel van 150 cm per eeuw wordt het schaderisico ca. 200 keer hoger dan nu. Dit heeft te maken met snel stijgende kansen op een overstroming met name in het benedenrivierengebied.
De kosten voor een Business As Usual (BAU) variant, zoals de Commissie Veerman deze heeft beschreven, waarin het huidige beleid van dijkversterkingen, zandsuppleties en rivierverruiming wordt doorgezet zijn niet uitzonderlijk hoog. De jaarlijkse kosten van de BAU oplossingsrichting is 0,3 en 0,6 miljard euro/jaar voor respectievelijk 60 cm en 150 cm zeespiegelstijging per eeuw. De commissie Vellinga (2006) komt op zeer vergelijkbare getallen van 0,4 en 0,7 miljard euro/jaar.
De komende decennia worden er tussen de 500.000 en 1.500.000 woningen gebouwd waarvan een groot deel in laag Nederland. Deze studie laat zien dat door deze woningen overstromingsbestendig te bouwen schadereductie mogelijk is. Het schaderisico wordt dan nog eens een factor 2 minder als naast een Business as Usual variant nieuwbouwwoningen worden opgehoogd tot +5m NAP. De kosten van opgehoogde nieuwbouwhuizen zijn hoger en variëren tussen de 0,4 en 1.7 miljard Euro per jaar, hetgeen overeenkomt met 0,1-0,5% van het BNP.
Dijkversterking levert de hoogste reductie op in het schaderisico bij de gehanteerde scenario’s. Gevolgbeperkende maatregelen en verzekeringen verdienen echter meer aandacht als complementaire maatregel, zeker nu er steeds meer buitendijks ontwikkelingen op stapel staan zoals in de regio Rijnmond.
- Bekijk de publicaties
- Lees meer op de VU IVM website
- Lees ook de Oratie hoogleraar Aerts: Verzekeren tegen klimaatrisico’s mogelijk
