Broeikasgasemissies uit Nederlandse landschappen - KvR ME
Landgebruik en –beheer bepalen in grote mate de emissie van de broeikasgassen koolzuurgas (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) uit het Nederlandse landschap. Landgebruik is een atypische bron omdat zowel emissie als opname van de drie belangrijkste broeikasgassen plaatsvindt. Dit onderscheidt landgebruik van andere sectoren zoals transport en energie. In Nederland komt ongeveer 10% van alle emissies uit landgebonden bronnen en nog eens 5% uit de aan het landgebruik verbonden activiteiten (Maas et al., 2010).
Als gevolg van een toename van emissies van broeikasgassen verandert het klimaat. Om de gevolgen van de klimaatverandering beheersbaar te houden zou de temperatuur in de komende 100 jaar wereldwijd gemiddeld niet meer dan 2 graden mogen stijgen. Dit uitgangspunt was de aanzet voor de klimaatonderhandelingen van december 2009 in Kopenhagen en vereist een reductie van broeikasgasemissies van 60- 80 procent in 2100 ten opzichte van de emissies in 2000. Europa en Nederland hebben een reductiedoelstelling geformuleerd van -20% tot -30% 2020 t.o.v. 1990. De realisatie hiervan vereist ingrijpende veranderingen in ons energie-, industrie- en transportbeleid, maar ook in de met land- en ruimtegebruik verbonden economische sectoren. Reducties in de eerste categorie worden vooral gerealiseerd middels het zogenaamde Europese Emissiehandel Systeem (EU-ETS). Voor de tweede categorie, waarin de landgebonden emissies met 15% sterk vertegenwoordigd zijn, zal aanvullend beleid noodzakelijk worden. De sector landbouw zal een reductiedoelstelling moeten realiseren onder de EU Effort Sharing Decisions (ESD). Opties om de emissie uit de sector landgebruik te laten meetellen in de emissie reductie-doelstellingen van de EU27 worden momenteel onderzocht. De daarmee gepaard gaande veranderingen zullen een direct en aanzienlijk effect hebben op gebruik en beheer van de groene en blauwe ruimte in Nederland.
In het kader van het Klimaatverdrag van de VN, het zogenaamde Kyoto protocol, hebben de meeste landen zich verplicht om te rapporteren over de omvang van hun broeikasgasemissies. Deze rapporten berekenen de emissies van industrie en verkeer, maar nemen ook de emissies van en de koolstofvoorraden in landbouw- en natuurlijke ecosystemen (zoals bossen) mee. Deze emissies worden berekend conform een internationale standaard. Kenmerkend voor de emissies van landbouw en andere vormen van landgebruik is de relatief grote onzekerheid over hun omvang en de generieke benadering waarin weinig rekening gehouden wordt met regionale of lokale omstandigheden. Onder het klimaatverdrag worden landen voortdurend uitgedaagd om hun emissieberekening te verbeteren en de onzekerheid terug te dringen. Deze acties maken een realistischer aanpak van een gerichte vermindering van emissies mogelijk en vergroten de zichtbaarheid van locale en regionale initiatieven om emissievermindering tot stand te brengen. Zo kan antwoord worden gegeven op de vraag of al ons bos wel koolstof vastlegt, of welke veengebieden methaan dan wel kooldioxide produceren.
De wens om enerzijds emissies van broeikasgassen uit het landschap beter te kwantificeren en anderzijds te verminderen heeft nieuwe kennisvragen meegebracht. Klimaat voor Ruimte heeft gewerkt aan het verbeteren en verfijnen van de emissieschattingen in tijd en ruimte, het terugdringen van de onzekerheid in de emissiedata van landgebonden ecosystemen en het ontwerpen van maatregelen om de emissies van het landgebruik te reduceren. Voor een overzicht met de mitigatieprojecten, bekijk de themapagina Mitigatie op de KvR site.
In de uitgave Landschap 2010-2, jaargang 27 is een artikel gewijd aan dit onderzoek en wordt ingegaan op de volgende vragen:
- Hoe kunnen we broeikasgasemissies van het landschap bepalen?
- Wat is de variabiliteit van emissies binnen en tussen verschillende typen landgebruik en wat gebeurt er bij verandering in landgebruik?
- Hoe worden de emissies op nationale schaal bepaald en zijn deze verifieerbaar?
- Kunnen we met ons landgebruik en de gebiedsinrichting sturen op de grootte van de broeikasgasemissies?
